.............................................................................................................................IRISCOPIE....................................

Het oog is een boeiend stukje van het menselijke gezicht en kan ons meer vertellen dan je in eerste instantie denkt. Als je ogen nauwkeuriger bekijkt, zie je dat elk oog een heel eigen tekening laat zien. Het oog is te vergelijken met een vingerafdruk: ieder mens heeft een eigen patroon, want ieder mens is immers uniek. Wel zijn er bepaalde overeenkomsten te herkennen in de vezelstructuur van het oog. 

Bij de ene groep is deze structuur losmazig, terwijl bij de ander de vezelstructuur heel dicht is. Samen met de kleur van het oog zegt deze basisstructuur iets over de constitutie van de persoon. Met andere woorden, het vertelt iets over het gehele wezen van de mens met zijn erfelijke, of in de loop van het leven verworven gegevens en daarmee dus iets over aanleg tot ziekten. Vaak laat het oog al tekens zien voordat de persoon het als aandoening ervaren heeft. Met iriscopie kan men vroegtijdig functionele stoornissen in het menselijke lichaam herkennen die aanleg zijn tot het ontstaan van ziekte. Door middel van iriscopie kan men dus preventief reageren door vroegtijdige therapeutische maatregelen te nemen. In de praktijk gebruik ik iriscopie om de informatie uit de anamnese (het vraaggesprek) aan te vullen. Het geeft directe informatie over organen die extra ondersteuning nodig hebben en welke voeding en leefgewoonten bijdragen aan gezondheid en welke deze ondermijnen.                                                            
Vooral het darmgebied wordt nauwkeurig bekeken, op vervuiling, verzakking, verzwakking en dergelijke. In de Natuurgeneeskunde is een gezonde darm de basis van een goede gezondheid.

Hoe bekijkt de iriscopist een oog?

Om het oog nauwkeurig te kunnen bekijken wordt er gebruik gemaakt van een loep of irismicroscoop, waardoor het oog vergroot zichtbaar wordt.
De iriscopist kijkt naar de iris (het gekleurde gedeelte in het oog) en verder wordt er gekeken naar de pupil en het oogwit. Er wordt gekeken naar alles wat van de vorm afwijkt, zoals verandering van het normale verloop van de structuur van de iris, verandering van kleurpigment, pupilvervorming en veranderingen in het oogwit.
Om de organen en hun werking te beoordelen is er een topografische kaart van het oog gemaakt. Op deze kaart worden de plaatsen van de organen aangegeven. Zijn er tekens op een bepaalde plaats zichtbaar in het oog, dan kan dit iets zeggen over de omstandigheden van het orgaan dat zich in de betreffende zone bevindt. Om tot een goede beoordeling te komen is een anamnese (vraaggesprek) noodzakelijk.